Door Jan Postma
Ronn van Bokkem (1948) leefde 38 jaar comfortabel op een woonboot op de Bergse Voorplas, vlak naast het huis van zijn ouders. De boot zonk vorig jaar toen iemand bij het Hoogheemraadschap vergat een knopje terug te draaien, waardoor het water maar bleef zakken. Nu woont hij tijdelijk samen met zijn vriendin Terry, op een steenworp afstand van zijn nog altijd niet geborgen boot. Maar niet in zijn ouderlijk huis, daar is hij door de advocaat van zijn zussen uitgejaagd. Tijdens het interview steekt hij de ene na de andere sigaret op, want: „rokers en drinkers zijn gezellige mensen.” Zes jaar terug had hij een beroerte. Ondanks deze tegenslagen is hij een gelukkig mens. „Concentreer je op wat je doet. Dan vind je rust.”
„Het hoogheemraadschap was aan het pompen. Ze gingen maar door,” vertelt Ronn over de dag waarop hij zijn huis kwijtraakte, in december 2009. „Op een gegeven moment was de waterstand zo ver gedaald dat mijn boot scheef kwam te liggen. Tussen de boot en het huisje liggen dwarsbalken, de ruimte daartussen is toen volgelopen. Als je 38 jaar op het water woont, dan weet je wat dat water wel en niet doet.” Hij kan er niet over uit. „Ze hebben hun schuld nog steeds niet erkend. In maart moet ik weer naar de rechter.” Het hoogheemraadschap moet over de brug komen met 50.000 euro.
Toen de boot zonk trok hij in het huisje van zijn ouders op het aangrenzende perceel. „Ik heb een koopcontract voor het huisje van mijn ouders geërfd. Maar mijn twee zussen hebben me er uitgejaagd. Ze hadden altijd al dollartekens in hun ogen, al die pandjes die ze van mijn ouders hadden gekregen waren nog niet genoeg. Ze hebben een goeie advocaat, Korthals Altes. Hij schoot allemaal gaten in de regeling. De handtekening zou zijn gezet door iemand die niet helemaal bij zinnen was.” Het eenderde deel, waar Ronn hoe dan ook recht op heeft, is ook in het geding. „Een notaris heeft beweerd dat ik afzag van mijn erfdeel. Ze hebben de rechter in de maling genomen. Je zou kunnen zeggen, in goed Nederlands, dat ik ben genaaid. Voor dat huis moet ik in april naar de rechtbank. De grond is 1,2 miljoen waard. Maar ik wil gewoon terug. Oude bomen moet je niet verplanten, heb ik geleerd. Want op nieuwe grond is het moeilijk aarden.”
Ronn is geboren en getogen in het chique Hillegersberg, in Rotterdam-Noord: „Mijn geslacht woont hier al tweehonderd jaar. Ik heb recht op de meeste kak dus. Want, zoals ze zeggen: ‘zelfs de honden schijten kak in Hillegersberg’.” Hij staat op het gebruik van de twee n’s in zijn voornaam. „Het komt uit het Keltisch. Mijn familie kwam in de veertiende eeuw uit Bretagne. Ik ben een nazaat van een seigneur de Bretagne. Ik liep ooit door Honfleur, ik voelde me daar meteen thuis.”
Hij studeerde rechten in Rotterdam, maar zijn interesse ging vooral uit naar de filosofie. „Filosofie is net zo verslavend als nicotine. Het is altijd een hobby geweest, van mijn tiende tot mijn 62e. Vandaar ook dat mijn omgeving me de huisfilosoof van Hillegersberg noemt. Ik heb zelfs nog zes jaar Oosterse Filosofie aan de School voor Filosofie gevolgd, op de Avenue Concordia, bij zo’n goeroe uit India.”
Op zijn negentiende ging hij in dienst. „Ik heb gevaren bij de Marine, op de Zeven Provinciën, een enorm schip. Ik was hofmeester van de officieren. We voeren echt overal heen, naar de West, naar de Caraïben, naar Noorwegen, Zuid-Afrika, Spanje, noem maar op. Op vlagvertoonreizen waren overal waar we kwamen feesten. Daarbij waren dan Nederlandse vertegenwoordigers. Consuls, ambassadeurs et cetera.” Hij denkt met veel plezier terug aan die tijd. „Benedendeks hadden we in het geheim onze eigen kroeg. Dan stalen we een paar dozen bier en hadden we een voorraadje voor een week.”
In de jaren zestig zat Ronn nog een tijd in Zuid-Frankrijk. Hij werkte als tolk en receptionist op een grote camping. „Iedereen wilde toen naar Poona, in India, maar dat was toch iets te ver. Je had daar trouwens ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds verkering. Die lange Hollandse jongens waren in trek.”
Eind jaren zeventig ging hij definitief terug naar Nederland. „Mijn vriendin wilde graag hier studeren. Ik ben een jachthaven begonnen, aan de Bergse Plas. Die heb ik helemaal opnieuw opgebouwd, steigers en al. Dat heb ik ongeveer drie jaar gedaan. Maar degene die daar het land huurde wilde opeens geen bootjes meer voor zijn neus en was ik zomaar mijn haventje kwijt.” Hij heeft tot de geboorte van zijn zoon 21 jaar in de gezondheidszorg gewerkt. Bij Humanitas bouwde hij de patiëntenadministratie op en deed hij het financiële beheer. Ook zat hij een tijd in de ondernemingsraad. „Vanaf ‘86 ben ik huisman geworden. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Dat was toen nog een redelijk avant-gardistische stap. Ik ben huisman gebleven tot mijn scheiding in ‘94. In zekere zin ben ik een slachtoffer van het feminisme.”
„Het was een echte vechtscheiding. Zij had een burn-out. We waren 24 jaar getrouwd geweest, en van de ene op de andere dag leef je met een ander mens. De kinderen zijn toen even bij mij achtergebleven. Later heeft ze ze gewoon van school geplukt, uiteindelijk heb ik wel een omgangsregeling gekregen.” Ronn heeft twee kinderen uit het huwelijk. „Mijn zoon van 25 heeft de bokkepruik op. Hem zie ik momenteel niet. Twee jaar geleden is onze relatie bekoeld, hij had een vriendinnetje, hè. Op school ging het niet zo goed. Misschien was ik wel wat te streng, maar het is zo gelopen. Het is een vrijgevochten knulletje, net als ik. En dat afzetten is vast normaal, je ziet vaker loyaliteitsproblemen bij kinderen van gescheiden ouders.” Als hij zijn zoon sms’t krijgt hij geen reactie. Zijn ex-vrouw zegt dat hij maar brieven naar haar moet sturen, dan kijkt ze wel of ze ze door stuurt. „Mijn dochter spreek ik gelukkig nog wel regelmatig, met haar heb ik een goede band.”
Over zijn ex-vrouw is hij nog steeds niet te spreken. „Ze heeft me wel gepest. Ik haalde de kinderen een keer ongevraagd op om naar hun opa in het ziekenhuis te gaan. Hij lag daar met kanker en ik hoopte stiekem dat het zien van zijn kleinkinderen hem een zetje in de goede richting kon geven. Toen heeft ze een rechtszaak aangespannen. Ik had het eerst moeten vragen en moest 2000 piek betalen.” Over de deurwaarder die toen langskwam kan hij zich ook nu nog vrolijk maken: „Die vent stond er ineens, en ik lag in mijn boxer in het bad in mijn tuin. Zo’n roze bad tussen de varens, eigenlijk net als in Frankrijk. Hij zei: U woont hier riant. Ik vroeg hem wie hij was en hij zei alleen maar: Ik ben hier namens de koningin. Dus zei ik: Ik lig hier namens Prins Bernhard. Toen heb ik maar voorgesteld 5 gulden per maand te betalen. Hij begon te schuimbekken. Uiteindelijk was ik gewoon 2400 gulden armer.”
Zes jaar terug kreeg Ronn een beroerte. Het gebeurde rond de kerstdagen en hij zei tegen de dokter: „Op 4 januari is mijn zoon jarig, dan wil ik weer lopen.” Dat is gelukt. Maar het gaat hem nog steeds niet gemakkelijk af, en zijn linkerarm onttrekt zich aan zijn wil. „Net na zo’n beroerte pletter je de hele tijd op je gezicht. Als je valt, kun je beter op de Coolsingel vallen. Thuis heb je toch kans dat je een tijd blijft liggen. En je zult net zien dat je op je telefoon dondert en hij aan gruzelementen ligt. Maar ik wilde per se geen rolstoel, dan word je niet meer gestimuleerd.” In totaal is hij negen keer gevallen. „Dat was goed, want ik had met mezelf afgesproken dat het niet meer dan tien keer mocht gebeuren. Dan had ik mezelf op mijn donder moeten geven.”
„Geluk is datgene wat je mist als je het niet meer hebt. Ergo, wat je nu hebt, maakt je gelukkig.” Zelf is hij bijvoorbeeld erg blij dat hij weer auto kan rijden. „Deze is nu aangepast, ik heb een automaat en zo’n knop op m’n stuur. Ik heb mijn mobiliteit terug en ik kan ook nog roken tijdens het rijden. Als ik mijn sigaret uit moet maken houdt Terry het stuur even vast.” Hij is redelijk gelukkig met zijn huidige vriendin. „Terry wil eigenlijk liever een LAT-relatie, en ik wil graag terug naar mijn boot. Een relatie is eigenlijk een beetje zoals een schilderij, je moet er niet constant met je neus voor gaan staan. Enige afstand maakt het vaak stukken mooier. Maar ik ben ook een pragmaticus: ze heeft een heerlijk bad.”
Ronn koestert een zelf geformuleerde les, met oosterse trekjes, als levensmotto: „Aandacht = aandacht = nu. Nog korter: nu = nu = nu =nu. Oftewel, doe wat je doet met aandacht, dan krijg je energie.” Een andere belangrijke les is dat je in dit leven vaak afhankelijk bent van een advocaat. Het blijft allemaal behoorlijk onzeker. „De pet van de rechter staat soms zoals hij zich ‘s ochtends geschoren heeft. Het is soms net Russisch roulette. En tegen de overheid procederen is toch een beetje alsof je met je tenen op de leuning van een stoel gaat staan, met je hoofd door een strop.”
Hij heeft er vertrouwen in dat het wel goed komt met zijn woonboot. „Als het lukt wil ik iets bouwen dat ik al vanaf mijn achttiende in mijn hoofd heb. Een glazen huis op de boot. Ik heb ooit zoiets gezien, maar dan hangend aan een bergwand. Daar word je trouwens vanzelf filosofisch van, uitkijken over zeven kilometer water. Net alsof je aan zee woont.”
Een kleine week na het interview spreek ik opnieuw af met Ronn, zodat hij een eerste versie van de tekst kan lezen. We zitten weer een tijd in Café van Eijk in Hillegersberg. Hij vraagt of ik, voordat hij opnieuw naar de rechtbank gaat, een petitielijst kan maken. Hij hoopt dat buurtbewoners en watersportverenigingen ook hun ongenoegen over de wisselende waterstanden kenbaar willen maken. Als hij de lijsten op komt halen vraagt hij me de volgende informatie onder het interview te plaatsen:
Voor privésessies Oosterse Filosofie / Zoeken naar je eigen geluk & spiritualiteit, ad €47,50/1,5 uur, bel 06-15618016